is toegevoegd aan je favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVIII

„Is ze al wakker, Margot?"

De twee oude dames stonden op het bovenportaal en luisterden aan de deur van Lucie's kamer. Het witte hoofd, dat het dichtst bij de deur was, schudde van neen.

„Ze slaapt nog, het arme kind!"

Op de teenen gingen zij de trap af naar de serre, waar het morgenkopje koffie gereed stond. Toen de voetstappen verklonken waren, richtte Lucie zich in bed op en keek op haar horloge. Al half elf, en zij was nog zoo moe, dat zij er niet over kon denken, op te staan. Zij liet zich weer op het kussen vallen en keek haar meisjeskamer rond, waar bijna niets was veranderd sinds zij een jaar geleden het huis verliet.

Hoe had zij kunnen denken, — den avond dat zij uit het raam klom en zich in den pereboom liet zakken — dat zij weer in dezelfde kamer terug zou keeren met zooveel pijn en zooveel hoop. Het leven ging anders, dan zij had gedacht, alles wendde zich zoo vreemd. Nu lag zij hier in haar bed, waar zij in haar kinderjaren had geslapen en zij wachtte haar eigen kind. Het was, of de tusschenliggende tijd een droom was geweest. Zij was alleen gebleven, alleen in het huis van de familie van Marle, alleen nu weer bij de tantes.

De vorige week was Nico naar Amerika vertrokken.

Weer zag zij het gezicht, waarmee hij was thuis ge-