is toegevoegd aan uw favorieten.

Een menschenhart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had. Toen de jongen gisterochtend de deur uitging, zei ik: ruk uit! En de snakkel die méende het, hij had zijn spaarkas mee." Hij zucht weer zwaar. En dan is hij een tijdje erg stil. Dan zit hij met zijn kop voorover en zijn armen slap tusschen zijn knieën in.

Maar na zijn derde biertje dan knapt hij weer aardig op. „Nou moeten we inlaaien en terug! Gabe, pak je boeltje op, jij ook zus. En, menschen, nog wel bedankt voor jullie goeie zorgen en de ontvangst, en kom het maar 's terug halen bij gelegenheid. Gabe, geef je Oom en je Tante netjes een hand, en dank-je zeggen voor alles, me knapie. Jij ook jongedochter." Dat doen ze dan ook. Ze doen dat net zoo, als Johannes het wil. „En nog wel bedankt." „Waarvoor dan?", grinnikt Oom Wieger. En Gabe weet het zoo gauw niet. „Zeker omdat je ons aangebrocht hebbe", denkt hij. Maar Aaike zegt: „Voor de grauwe erte en het spek en de aardappels en het bekijken van de tuin en de thee. Ze lachen er allemaal om. En ze zeggen: „Dié is niet voor de poes! Nou, dié is niet op haar mondje gevallen." En ze zwaaien nog goeiendag in de deur. Stijn ook. En Gabe en Aaike wuiven terug, onder de open kap uit, op de varkenstrog die Sander meteen vervoert. Maar Johannes die let nergens meer op, die zit naast Sander op de bok, en stopt zijn pijp en praat over wat anders.

En dan gaan ze weer langs die wegwijzer naar Guttering. Korlet ligt nou in de zonneschijn. En daar is de Peerboltzee: een eind kristal, met gesmolten zilver er op. Aaike legt haar rechterhand tusschen haar en Gabe in en Gabe legt er zijn linkerhand boven op. Zoo is het goed. En onder de kap uit, kijken ze naar elk