is toegevoegd aan je favorieten.

Een menschenhart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samen. „Daarom gij Gabe Frowijn en gij Aaike Brunt, naardien gij verstaan hebt, dat God den Huwelijken staat ingezet heeft en wat u daarin van Hem bevolen is; zijt gij des zins en willens, in dezen heiligen staat al zoo te leven en begeert gij dat deze uw Huwelijke staat — voltrokken en bevestigd worde?" Alle boomtoppen doen nou denken aan de zegenende handen van Jezus. Er is een heel bizondere stilte, er is ook een bevend wachten, en een zacht groot ruischen. Aaike en Gabe reiken elkaar de rechterhand en ze kijken elkaar aan, en ze kijken ook in het licht op. Ze kijken in het licht op of ze God zien. „Ja", fluistert Aaike eerbiedig, „ja lieve God." „Ja", zegt Gabe luid-op, „ja lieve God." En die kleine vogel in de hoogte zingt zacht, zingt maar zacht. En meer dan daarnet nog doen die boombladertjes denken aan Jezus' zegenende handen.

Aaike en Gabe knielen op het mos tusschen de boomwortels in. En Aaike leest biddend de trouw-zegen voor: „De Vader der barmhartigheid die U door Zijne genade tot dezen heiligen staat des Huwelijks geroepen heeft, verbinde U met rechte liefde en trouw en geve U Zijnen zegen, Amen." Ze geven elkaar een plechtige vreemde zoen — een trouwzoen, maar hun glimlach is half weggebeten en scheef, het verdriet-om-morgen wordt ineens weer een wachtende pijn, de pijn brandt dwars door alles heen, ze krijgen er schrijnende natte oogen van en bevende kinnen. Dicht schuiven ze bij elkaar. En Aaike legt allebei haar handen in Gabe's handen. En ze leunt anders tegen hem aan, dan eerst. „Man." Gabe kijkt haar van dichtbij aan. En Gabe kijkt anders naar haar dan daar straks. „Vróuw." Een