is toegevoegd aan uw favorieten.

Een menschenhart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Brunt, en öf er een Aaike Brunt is!, ik — ik ben er nog wel mee getrouwd. Ja, ik ben een getrouwde vent. Sander zegt altijd: er ben ook ongeschreven wetten, en de ongeschreven wetten, die binden je het meest. Dat voel ik net zoo, en daarom — volgens die ongeschreven wet — ben ik met Aaike Brunt getrouwd. Als ik óok bij Anne-Lies zit en-zoo, wat voor verschil is er dan in de grond van de zaak, tusschen die getrouwde Gips en mij?, en tusschen Roelien en Sander? En ik zou van Sander Siegenbeek nog wel kennen houen als dat met Roehen er niet was. Maar van Gips zou ik in der eeuwigheid niet kennen houen. Gips dat is net zoo'n vies ploertje als Alesse indertijd." Eer hij er op verdacht is, staat hij al weer bij de vrachtwagen. „Geld gebeurd?", vraagt Sander. Gabe geeft het hem, hij heeft het nog net zoo in zijn hand als hij het ontvangen heeft. En Sander kijkt naar die zestien stuiver of hij ergens met een glimlach naar luistert. Hij zegt niet dat er twee stuiver tekort is.

Ze rijen weer verder, ze rijen op Minnes weer d aan. En Sander denkt: „Zie-zoo, nou kan de jongen 's over wat anders denken." Hij laat zijn zweep over de rug van het paard spelen. Hij kriebelt het paard zoo'n beetje met zijn zweep. Maar als hij een tijdje later opzij kijkt naar Gabe, dan verstijft er weer wat in zijn gerimpeld kaboutergezicht. Gabe oogt toch weer naar hem op, of hij wat vragen wil, dat moeilijk te vragen is. Hij tuurt zoo gespannen en dringend in Sander's gezicht of hij er binnen-in kijkt, of hij Sander's oogleden wel met zijn drieste strakke vraagblik zou willen oplichten. Sander wordt nog onrustiger. „Ee-euh-oe-lah",