is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder koorts en pijn vannacht, en tegen hen beiden zoetjes glimlacht.

„Hij heeft gedroomd," zegt ze. „Breng hem gauw weer naar z'n bedje. Wees maar heel braaf, mijn manneke, moeder wordt wezenlijk weer beter. De Drie Koningen hebben me zeker genezen, terwijl we sliepen."

„O !" begrijpt Andreeke opeens. „Dan gingen ze natuurlijk alweer weg, toen ik ze hoorde. Ze wilden zeker nog even bij mij binnen kijken, op het appelenzoldertje, om te zeggen, dat ze al klaar waren."

„Ja, natuurlijk," praat z'n vader met hem mee, om hem te sussen. „Ze moeten ook nog zoo ver terug naar het Oosten. Kom nu maar gauw mee, weer naar bed. En nooit meer met het nachtlichtje door het huis. Onthoud dat goed, Andreeke."

In z'n armen draagt hij hem naar het appelenzoldertje. Maar als hem daar een koude tocht tegenwaait en hij het open venstertje ziet, keert hij dadelijk om, grijpt de dekens van het bedje, wikkelt het kind er warm in en is meteen weer terug in de groote slaapkamer.

Stilletjes zit hij opnieuw in z'n armstoel, laat Andreeke voor vannacht verder slapen aan z'n hart en blijft waken en luisteren.