is toegevoegd aan uw favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het vuur. Maar niet rustig en tevreden als vóór den dood van Andries. Kenbaar te onderscheiden was z'n vreugdelooze oogopslag. Hij steunde de handen op de knieën en zat voorover te staroogen naar haren kant. Ze zagen elkaar aan. Vaal en bangelijk dat wezen van hem. Dieper en holler z'n oogen, en toch leven en weten er in. Hij wilde spreken. En kon niet. Alsof z'n kaken zaten vastgeklemd, z'n tanden opeen gebeten...

Ook Bette voelde haar keel dichtgeworgd.

,,Hij is dood en begraven !" Radeloos snakte ze naar lucht. Ze sloeg een kruis.

Toen hoorde ze de stilte, zag ze de leegte. En 't was over.

„Gods barmhartigheid," kreunde ze.

Daarna heeft ze beverig licht opgestoken. Dan de grendels voor deur en luiken geschoven. Aldoor half hardop aan 't bidden. Zij, die zooveel wist over omdolende geesten, over schuldige zielen, die rondzwierven zonder rust te vinden, achtervolgd door den vloek van hun voortlevende zonde.

„Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer."

Nu was 't diep in den nacht en aldoor nog werd Bette door die koorts bestookt. Telkens schrok ze