is toegevoegd aan uw favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bidden moet in zulken zielsnood van zich zelf of van anderen.

„Ik zal Zondag voor het beeld van Sinte Barbe vier kaarsen aansteken, beloofde ze, ,,vier zuiver witte waslichten, goede God." 't Was te weinig. „Ik zal ook een beeweg doen naar de Moeder Gods op den berg, en er een heelen gulden offeren voor de zielen in het vagevuur en de arme zondaars op aarde." 't Was niet .genoeg.

„Naar Fina moet ik gaan om vergiffenis, en haar alles teruggeven."

Daar was de vaste zekerheid. Het eenige wat haar te doen stond. En waarom zou ze dat niet doen ? Morgen zou ze naar Fina gaan...

Bette had weer het hoofd op de peluw gelegd, de handen niet meer ineengekrampt om het geldbuideltje, maar al biddend er omheen gevouwen. Zoo was alles nu anders, 't Werd alsof ze iets heel gelukkigs had teruggevonden. Alsof er een kinderstem zong in de verte.

Toen Bette uit haar slaap ontwaakte, was het klaarlichte dag.

Door reten en kieren drong de zon. Tastbare zonnestralen, schuin neer op den vloer voor de bedstee.