is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoewel het ver over haar tijd is, zijn de wijd open kinderoogen

nog vrij van slaap.

Het opbrengen van eten geeft afleiding. Ondanks Jims protest zijn groote vuren in het aangrenzende kookhuis aangelegd en wordt een feestmaal toebereid. Daar komt reeds een der „hofhoorigen" met een kom dampende rijst aandragen en al spoedig doet het drietal zich te goed. „De kip is met zeep gewasschen", verzekert de Aroe. „De njonja pétero kan er gerust van nemen"....

In een der afgeschoten vertrekjes gaat de kleine familie eindelijk ter ruste. „Kijk maar niet onder de lakens", had Jim gezegd, „wat niet weet, wat niet deert". —

Hoeveel leden van het uitgebreide huishouden hen dien nacht gezelschap hielden in de groote „alabola , was moeilijk uit te maken. Zwaar ademhalen en snurken boven wisselden af met knorren en pruttelen beneden. Tegen den morgen viel Maleen in een lichten sluimer.

Voordat iemand wakker was, sloeg zij de oogen op. Had ze gedroomd? Wie zei er toch telkens dat rijmpje van koning Lijsterbaard? O ja, dat was gisteren. Gisteren.... waar was ze nu? Op haar elleboog richtte zij zich op en keek om zich heen, sloeg toen de klamboe opzij en gleed uit bed. Emy was ook wakker en wilde met Mamma mee. „Naar de beeste kijke", zei ze.

Met z'n beidjes slopen ze op hun teenen door de schemerige ruimte. Door de spleten der bamboe omwanding sijpelde een flauwe schijn. Voor de zware houten deur lag een half naakte Boeginees uitgestrekt in diepe rust. Hoe konden ze er nu uit? Over den slapenden bewaker heen boog Maleen zich naar den zwaren afsluitbalk en lichtte dien met beide handen op. Met, dat de deur openviel, kwam de man overeind en had bijna Maleen omver gegooid. Verschrikt greep hij naar zijn verfomfaaiden hoofddoek en keek haar suffig aan, schoof toen op zij om beiden door te laten.

Onder het huis was reeds alles leven en beweging. Kippen scharrelden rond in den afval van het groote huishouden, hun deel betwistend aan de varkens, die er knorrend rondwroetten. Uit het aangebouwde kookhuis kringelde rook omhoog en een slordig vrouwenhoofd verscheen boven aan de deuropening.