is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, wat is er nou?" vroeg hij ongeduldig.

„Ben je niet blij, dat het kind zoo dol op je is?"

„Ja, dat is me wel opgevallen. Vanaf het eerste oogenblik was ze op me gesteld", zei hij trotsch.

Even ging iets als teleurstelling door haar heen. Zag hij dan niets van haar in die kinderliefde?

„Ik heb veel met haar over je gesproken, Jim", probeerde ze.

„Wil je daarmee zeggen, dat die kinderliefde niet spontaan is?" vroeg hij geërgerd.

„Spontaan? Haar blijdschap, op het oogenblik dat ze je zag, was natuurlijk spontaan. Maar hoe kon ze weten, wie en wat je was, als ik het haar niet verteld had?"

„Je doet net, of dat een soort verdienste is. Als die aanhaligheid van haar tweedehandsch is, hecht ik er geen waarde aan", zei hij norsch.

„Als je 't zoo stelt, ja. Maar zoo is het niet", zei Maleen bedroefd....

Er kwam geen antwoord meer. —

Als de heeren in gewichtige bespreking bijeen zijn met de inlandsche districtshoofden, zit Maleen bij haar lieve gastvrouw, die als een moeder is. Voor dat ze er zich rekenschap van geeft, verlicht het jonge vrouwtje haar bezwaard gemoed. Toch is het niet veel, wat ze zegt. Ze kan het ook niet onder woorden brengen, wat haar drukt. Alles schijnt te culmineeren in de klacht: „hij geeft niet om Emy; hij zegt, dat haar kinderliefde geen waarde heeft, omdat die niet spontaan is. Misschien had ik niet mogen zeggen, dat ik zoo vaak met het kind over hem gesproken heb. Maar ik dacht, dat hij het toch wel weten mocht. Ik kon toch niet denken, dat juist daardoor haar aanhankelijkheid voor hem geen beteekenis zou hebben."

De oudere vrouw doet wat ze kan, om haar op te beuren. „Kom, u is pas een paar dagen hier, het zal wel meevallen. Wie zou nu niet dadelijk dol zijn op zoo'n schatje. Ik zal dien man

van u wel eens onderhanden nemen, hij is veel te ijdel."

* *

*