is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXI.

DUURDE de reis uren, duurde ze dagen? Was Bali, zoo interessant op de heenreis, nu de moeite van het aanzien wel waard? Was er een nieuw begin straks op Java? Was er iets, dat er werkelijk op aankwam? Was er ergens een plekje, waar je rust had, waar je je niet groot behoefde te houden?....

Daar was wel het hotel in Soerabaja, zoo'n echt Indisch hotel, waar je voor je tachtig gulden per maand nog wel een der laatste kamers van de bijgebouwen mocht bewonen. Zoo'n kamer met een getralied venster en een loodgrijs geverfde deur; er voor een stoep van grijs cement. Op die stoep een tafeltje, een stoel en een krossi malas.1) Dit „home" van het volgende gescheiden door een scherm. Vele van die „homes" naast elkaar.

's Middags de stroom van badkamerbezoekers met handdoek en zeepbakje, suffig voorbij sloffend. Uit de badkamers watergeplens en onwelluidend gezang. Dezelfde stroom na een poos weer terug. Sommigen gegêneerd, zich haastend, anderen zorgeloos fluitend.

Op elk tafeltje een kop lauwe thee — als een drankje. En het perspectief van vele, bloote voeten op de leuningen der luierstoelen, soms ongeduldig opgetrokken en hoorbaar gekrabd.

Als het duister viel — en dat viel snel — werden de lichten ontstoken. Voor elke kamer een schelle electrische lamp, onmiddellijk omzwermd door insecten. Dan was er gefluister, gegichel, soms een daverende lach. Of ook — frisch gepoederde vrouwtjes in avondtoilet en heeren in shantung of toetoep kwamen te voorschijn, klaar om uit te gaan.

Van de kamers stonden de deuren wijd open. Daar binnen

1) Ruststoel (lett. luie stoel).