is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

akkers waren reeds met een zachtgroen kleed bedekt. Vredig stonden koeien te grazen van het malsche, jonge gras.

„Hier zijn geen karbouwe, Mamma! Waar zijn klapperboome?" Toen — wijzend op een windmolen: „Wat is dat voor 'n ding?"

Het was Maleen een innig genot op de vele vragen te antwoorden, het kind snel vertrouwd te maken met alle lieve dingen. Holland opende zijn schatkameren, ze had maar toe te tasten.

Utrecht!....

Ze waren er nu bijna! Moeder stond natuurlijk al klaar om naar den trein te gaan. Lieve Moesje, dacht ze verteederd, altijd bang om te laat te komen. Na Gouda kon Maleen niet langer blijven zitten. Door Emy op den voet gevolgd, liep ze tusschen de beide coupé-deuren heen en weer, in het onzekere aan welken kant ze uit moest stappen.

Met een langgerekt gefluit rolde de trein onder de overkapping, stond dan puffend en blazend stil. —

Den Haag!....

* *

*

Zenuwachtig wees Maleen aan een toesnellenden witkiel haar koffers en pakken, drukte hem het bagageregu in de hand, zei. dat ze op hem zou wachten en drong toen met Emy aan de hand naar de controle. Zoekend gleden haar oogen over de wachtende menschen. Moeder, waar was Moeder?

Daar zag ze een wapperende zakdoek. Was die voor haar bestemd? Wie wuifde daar toch zoo nadrukkelijk? Ze wreef met haar vrije hand langs haar oogen. 't Was Moeder niet.... Nee, 't was Moeder niet....

Daar voelde ze haar hand in vasten greep, daar keken twee stralende oogen haar aan. Daar hoorde ze een blijde begroeting, 't Was Rita, goede, trouwe Rita.

„Dag Leni! Hoe gaat het? En is dat je kind?" juichte haar hooge stem.

„Hebben jullie een goede reis gehad? Ben je niet moe? Waar is je bagage?"

„Ja, ja", beantwoordde Maleen de vele vragen tegelijk en om-