is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, de laatste dag, de dag waarop Jezus terugkomt om de menschheid te richten."

„Hoe kan je dat nu wèl gelooven, en al het andere niet?"

„Al het andere — dat is misschien wat te sterk, maar het staat voor mij zoo op losse schroeven."

„O, — toch vreemd hoor, en waarom vond je nou, dat ik naar een modernen dominee moest?" vroeg Maleen nog eens. Ze wilde toch weten, wat hij met zoo iemand bedoelde

Frans, in zijn gedachtengang gestoord, keek haar verstrooid aan. Wat vroeg ze? „Ja, ja, dat lijkt me voor jou het beste, zei ik immers al."

„Maar waarom?" hield Maleen aan.

„Wel, omdat je je bij een orthodox predikant weinig op je gemak zou gevoelen. Die slaan je dood met zonde en schuld. Zondag aan Zondag kun je hooren, wat voor een diep-zondig schepsel je toch eigenlijk bent. Dat is niet erg bemoedigend. Nee, voor jou lijkt het me beter, als je op wat blijmoediger wijze hoort prediken."

„Ja, dat zal dan wel het beste zijn", zei Maleen, zich intusschen afvragend, waar ze zoo'n modern predikant moest opdiepen.

„En nu is de theosofie er heelemaal bij ingeschoten", lachte Frans. Ik durf je niet langer ophouden. Misschien komt er nog wel eens een gelegenheid. Kom eens bij ons logeeren. Doe je 't?"

Toen hij weg was, wierp Maleen een treurigen blik op den stapel schriften, dien ze had willen afwerken. Maar het was een prettige avond geweest en Zondag bleef toch Zondag, al was er veel te doen.

STANCE en Sjoerd waren aangekomen. Holland in Indië. Op de hooge stoep voor een der kamers van het Java-hotel zat Stance. Het was 's middags een uur of vier. Ze was juist opgestaan van haar gloeiheete bed en nam nu het Indische hotelleven in zich op. Sjoerd sliep nog en een baboe kleedde de kinderen aan.

XXVIII.