is toegevoegd aan je favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze stelde hem ook vragen over geloof, vragen die hij van zoo'n „heidinnetje" niet had verwacht. Van zijn geloofsrichting scheen ze geen flauwe voorstelling te hebben, maar wel als vanzelfsprekend aan te nemen, dat hij een overtuigd christen was. Ze moest eens weten, voor welke onzekerheden en moeilijkheden hij zelf nog stond.

Ze vroeg, of hij een dagje boven kwam.... Ja, je ging daar zoo maar es een dagje naar boven, 't Was nogal naast de deur. Hoewel hij moest toegeven, er best zin in te hebben. Zou 't niet toch kunnen? Maar was het niet eigenlijk al te dwaas om voor een aardig vrouwtje en een lief kind zooveel kosten te maken en dat voor hoogstens twee dagen? En toch — hij schreef, dat hij mogelijk over een dag of tien zou komen.

Hij wist niet, of haar antwoord een bevrijding of een teleurstelling was. „Dan ben ik al weer terug op Soekaboemi", schreef ze. „Want ik wil het huis nog schoonmaken, voordat de school weer begint; kom dan het week-end van de laatste week. —"

Wat ging hij beginnen? Was het niet veel veiliger en rustiger om maar op den beganen grond te blijven, dan zoo telkens in hooger sferen te zweven? Hij was geheel tevreden met zijn eenzaam bestaan, zonder schokken of gemoedsbewegingen, die alleen maar onrust gaven. Ook op geestelijk gebied kon hij hier volle bevrediging vinden. Daarvoor had hij zeker zoo'n heidinnetje niet noodig....

Maar was ze wel zoo'n heidinnetje? Was er niet iets in haar woorden geweest, dien eersten avond en daarna in haar brieven, dat op dieper nadenken wees? Dieper misschien dan zijn eigen gedachten vaak? Moest hij niet daarom juist nader contact zoeken?

Hij trachtte die storende gedachten van zich af te schuiven. Maar het ging niet; telkens weer zag hij haar ernstig gezicht voor zich, zooals ze daar tegenover hem aan tafel had gezeten. Ze leken wel een aardig gezinnetje toen, zoo met z'n drietjes

Wat haalde hij zich toch in vredesnaam in het hoofd? Was hij nu een type om aan zulke mogelijkheden zelfs ook maar een oogenblik te denken? Daar had hij toch mee afgedaan? Hij had er zich immers sedert lang wel bij bevonden, toeschouwer te zijn en te blijven, een gaarne geziene gast bij zijn vele vrienden met