is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moeder. Die trachtte ze zelf te verwerken, om er toch telkens weer, met een enkel woord uiting aan te geven en zich dan — als betrapt op te groote openhartigheid — haastig weer terug te trekken. Dit had vaak bitse woorden tengevolge en misverstanden. Zoo was de afstand tusschen hen beiden, eertijds zoo nauw saam verbonden, steeds grooter geworden.

Ook Jan had dit opgemerkt, er een verklaring voor gezocht en gemeend, die te hebben gevonden. Dat hij de oorzaak zocht in haar houding tegenover het kind verbaasde haar niet. Het kon wel niet anders, of haar levensbeschouwing moest zijn bevreemding opwekken. Ze begreep heel goed, dat die hem onnatuurlijk voorkwam en voelde daardoor temeer haar onmacht, hem die aannemelijk of zelfs maar verklaarbaar te maken.

Een „raak-niet en smaak-niet en roer-niet-aan" moest er naar zijn opvatting wel liggen in haar levensopenbaring en hij moést wel afkeuren, dat ze haar kind — naar 't scheen — dwong ook naar die opvatting te leven.

Zoo mocht het dan schijnen, maar zoo was het toch niet. En was het vertrouwen tusschen haar en Emy maar bewaard gebleven, dan zou alles stellig heel anders geweest zijn.

Kon het nog anders worden?

Ze hadden met z'n beidjes boodschappen gedaan in het dorp en liepen door het bosch terug naar huis. De ongestoorde stilte om hen heen noodde tot vertrouwen.

„Vond je 't heusch naar gisteren om vóór het dansen naar huis te gaan?" begon Maleen.

„Och, natuurlijk!" zei Emy kort, een dennenappel voor zich uit schoppend. — Waarom begon Moeder daar nu over? dacht ze wrevelig.

„Ik begrijp 't best", zei Maleen.

Een vlugge, zijdelingsche blik ging naar Moeders gezicht. — Als Moeder 't zoo goed begreep, waarom had ze dan niet mogen blijven?

„Ik vond 't vroeger ook heerlijk!" vervolgde Maleen. „Eerst de voorpret al en het mooie japonnetje voor zoo'n avond! En dan die schitterend verlichte zaal, de vroolijke dansmuziek en

Het witte doek

22