is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik heb zelf den laatsten tijd niet naar den armen kerel omgezien.

Ik zeg van Someren, wat ik wil: controleerend boekhouder, accountant, worden, bij een groote cultuurmaatschappij en vraag of hij een gaatje weet, waar ik in kan kruipen. Het „toeval" is mij welgezind: de maatschappij, bij welke van Someren super-intendent is, gaat haar zaken op Java uitbreiden en men zal zéker een accountant noodig hebben. Binnen een week is, na het wisselen van verschillende telegrammen, alles geregeld — ik vraag mijn eervol ontslag als gouvernements-ambtenaar — betaal mijn reis- en uitrustingskosten terug —en treed in dienst der cultuur-maatschappij. Omdat er veel in de Oosthoek te regelen valt, wordt Soerabaya mijn standplaats.

Mijn leven is nu geheel veranderd — soms sta ik er zelf verbaasd over, dat iemand zoo spoedig en absoluut veranderen kan. Ik glimlach, als ik de brieven van huis krijg, waarin vader en moeder hun leed betuigen over mijn gewijzigde levenshouding. Want ik heb ze op dit punt niet in ongewisheid gelaten. Ik wil een eerlijk ongeloovig mensch zijn. Nu, ik heb op de fabrieken gelegenheid genoeg mijn ongeloof, althans mijn wereldsche gezindheid te toonen. Als ik Lastman ontmoet zegt hij: „kerel, wat ben jij veranderd." Hij zegt het hartelijk en toch — toch is er iets als teleurstelling in zijn stem. En Lastman is allerminst een „christelijk" man. Waarom dan die teleurstelling? Er valt toch niets op mij aan te merken? Ik ben nu als de anderen. Overdag wordt ik door mijn zaken in be-