is toegevoegd aan uw favorieten.

De opstand van Guadalajara

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roode wijn in, dat hij plechtig, iedereen aanziende, opdronk als was het een avondmaalbeker; toen zette hij het met een slag op tafel, alsof hij zeggen wilde: en nu geef ik het woord aan jou.

Hij sprong dan ook op, allen zagen hem aan, behalve Escuatla, die vermeed het juist, en schoof wat brood op tafel heen en weer. Het zweet brak hem uit, wat moest hij zeggen? Kon hij nog maar weggaan. Maar het was te laat, hij was nu leider. Als hij vluchtte zouden ze hem vervolgen en gevangen nemen. Hij hief ook een glas op, niemand schonk hem in. Het was geen wijn maar pulque, het brandde hem in de keel, hij verslikte zich, dat won weer tijd.

„Welnu," drong Tarabana aan.

Zijn brein was leeg, zijn hoofd een steen. Hij voelde zich duizelig worden van de snel opgedronken sterke drank. Hij zou zich laten vallen, had dezelfde begeerte als iemand die op een paard zit dat op hol geslagen is: zich maar laten vallen, al is het dan ook gekneusd en gewond; erop blijven zitten gaat niet en er is nergens een muur te zien waartegen het tot stilstand zou komen.

Toen sprong hem de overeenkomst tusschen zijn lot en dat van de Indianen in de gedachte. Beiden verdrukt, maar toch niet geneigd