is toegevoegd aan uw favorieten.

De opstand van Guadalajara

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vel wel de toegang tot een ander rijk, waar men stil naast elkaar lag en niets, vooral niets meer van elkaar verwachtte.

Toen hij weer opzag begon de dag grauw en guur de nacht te verdrijven, ochtendwind stak op, de klok schommelde een paar maal op en neer en luidde even, het klokketouw sleepte als een te lange koestaart over de grond.

Beneden aan de heuvel zag hij ronde hoopen asch en sintels, Indianen; hun gezichten waren wel mager maar niet ontvleesd, rustig als van dooden nu het kampvuur niet meer flakkerde. Zij droegen geen ponchos, maar grijsroode uniformen met blauwe opslagen. Het was de keurtroep van Escuatla die hem bewaakte.

Toen begreep El vidriero pas ten volle dat het gedaan was met het trekken over de altos, maar ook met het dolen door de paramos met hun welige en verwarde struiken, zachte bodem, vlammende bloemen en schuw in de verte voorbijschietend wild. Dat droomen, visioenen niet meer hielpen, dat hij niet meer op wolken kon ontkomen en weer worden de vrij zwervende eenzame, dat zijn lot onverbrekelijk met dat van de Indianen van Guadalajara was verbonden. Dat hij geven moest als hij zijn leven niet wilde inboeten,