is toegevoegd aan uw favorieten.

De opstand van Guadalajara

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,Ik weet het nog niet. Het beste lijkt mij, dat we naar Texas of Virginia gaan en daar een nieuwe secte stichten. Daar schijnt altijd wel liefhebberij voor te zijn. En we weten nu tenminste hoe het niet moet." Met medeneming van de kas en eenige kostbare voorwerpen trokken Tarabana en de zijnen naar het Noorden.

Toen Escuatla van zijn lange wandelrit terugkwam vond hij Sombrerete leeg en verlaten, bijna geheel ontvolkt. Hij had het wel verwacht. De kerk was nu lichter dan overdag, het maanlicht gleed naar binnen. Hij het El vidriero afnemen, wat niet moeilijk was, en hem tusschen twee paarden in op een draagbaar naar zijn landgoed vervoeren. Onderweg had hij meermalen lust hem maar te laten liggen; wat moest hij met hem beginnen, niets dan last kon hij met hem krijgen. Telkens nam hij hem toch maar weer mee. Na vier dagen — men moest langzaam gaan — kwam men aan. Zijn huis stond in een dicht woud van waspalmen, slank en grijs als Grieksche zuilen onder een dicht loof. Het was er doodstil, alleen de arauca's schreeuwden bij aankomst. Het personeel stond in de uniformen van de lijfwacht gekleed, in de smalle laan te wachten.