is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het dorp heeft historie, het is oud als de tijd, het is door oorlogen gekweld en door vijanden geplunderd. Watervloeden en dijkdoorbraken hebben het geteisterd, dit alles is lang geleden. Er wonen Ideine burgers op den dijk, winkeliers en ambachtslui. Het gemeentehuis met het lage bordes, en de getraliede ramen beneden, en met de windvanen op het dak, dat staat daar tusschen in. De kastelein Willem van Oijen had op den dijk zijn herberg De Koffiekan, later heeft hij den naam van zijn herberg veranderd, hij noemde zijn herberg toen café Moira. Moira, dat was om den klank begonnen. Het noodlot kon over de menschen stormen als de winden over de dijken, soms viel een mensch om met een slag, de Pale Pie, dien zij met een bijl den kop insloegen, Willem van der Aa, die van de postkoets viel op den weg naar Oss en die met zijnen kop onder de wielen terechtkwam, en de noodlottige ongelukken op den molen. Er was een tragerleed,Mammeke,dat aan de syphilis wegteerde, dat had in zekeren zin de Maas gedaan, de Maas had dat voor haar meegebracht. Binnen den dijk langs de wegen, daar woonden de boeren, dat waren meest kleine pachtboeren, die een acht of een tien bunder bewerkten, die hooiland en grasland pachtten en land in den polder bebouwden. De machtige groote heeren van den grond, die zaten hier of daar, die zaten in 's Hertogenbosch, die inden de pachtsommen waarvoor hier de boeren te werken