is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem treffen. Hij zal den haas een schot geven voor de hoeven van het paard. Hij geeft Cis den Doove zwijgend het geweer en neemt nadien het andere geweer aan, dat Cis voor hem gedragen heeft. Hij laadt het met den kogel, legt aan en mikt. Bij het knallende geluid van het schot krijgt de haas een duwtje en ligt pal stil. Het paard is op bet schot niet weggestormd. Het spitst de ooren. Het heeft met een ruk den kop geheven. Het hinnikt, dat klinkt groot en dichtbij. Het buigt vervolgens den kop diep naar den grond. Het ziet, dat de haas dood is. Het paard keert zich om en gaat, den kop diep neerhangend, langzaam en bedroefd weg.

Cis den Doove pakt den haas. Hij voelt hem in de volle soepele lenden, betast de malschheid en kijkt in het groot blinkend hazenoog. Dan is hij met een paar sprongen achter den dokter, die voor hem uit loopt na te denken. Beide mannen zwijgen.

Zij zwijgen dikwijls op de jacht. Als de hazenjacht gesloten is, dan komen de eenden en de sneppen aan de beurt. Het gebeurt dan nog wel, dat de dokter eenen haas ziet, ja, waarachtig, hij legt aan, hij sluit onder de borstelige wenkbrauw het eene oog, en mikt. Cis den Doove staat te wachten. Er valt geen schot. Dokter van Taeke laat het geweer zakken.

— Alleen maar even zien, of ik hem in het vizier kon krijgen, zegt hij.