is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan, om in het avonddonker de stille, lage Maas te zien, daar stond hij naar te kijken. Er was een lichtje boven het water, een schokker, een schuit, dat verachtte hij zelfs niet, en de kribben, waartusschen hij gezwommen had en, mijn God, zijn moedige jongens, die daar ook zwommen, terwijl zij wisten hoe gevaarlijk het was! Toen dokter van Taeke omkeek zag hij zijn vrouw, zij glimlachte naar hem en hij glimlachte terug. Dokter de Pater zat met de beenen wijd gespreid, het hoofd achterover, dokter van Taeke zei toen tot hem:

— Laat ons alleen.

Dokter de Pater stond op. Hij maakte een buiging voor mevrouw en ging de kamer uit. Nadien bleef van Taeke voor zich uit zitten kijken, de oude goede lamp was bij zijn hoofd, met haar warm goud licht. Zijn vrouw kwam nu bij hem. Zij keek hem lang aan. Zij was vermoeid. Zij ging vroeg naar bed. Hij hield haar moederlijke, witte handen in zijn smalle roode handen. God zegene u, zei hij tegen haar, en zij gaf hem met een kus dien wensch terug. Toen zij de kamer uit was stond dokter van Taeke op en ging naar de groote boekenkast. Zij was zwaar, van donker eikenhout, boven op was de doffe glimming van oud, reingewreven tin, een groote staande Friesche klok tikte zwaar en zeer traag. Dokter van Taeke keek op de ruggen van de boeken. Er stonden veel boeken van schrijvers, die zeer scherpzinnig zijn