is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beweging vóór in den mond, de eene spuugt weer opzij.

— Wat is er, mannen?

Wat er was? Een gulden per persoon was voor een man als hij toch wel wat weinig. Ze hadden in zijn portemonnaie gekeken, hij moest hun niet kwalijk nemen, maar hij had er zich toch wel wat erg goedkoop vanaf gemaakt, eerlijk was eerlijk.

O, die eene spugende kerel, die had nu zoo'n ontzaggelijk knipmes uit den zak gehaald, hij klapte het open en ging op zijn doode gemak de dikblauwe nagelranden van zijn vingers snijden, die nagelranden vlogen eraf, gemakkelijk, alsof het door boter ging. Het mes was vlijmscherp. Dokter Rits keek eens aandachtig naar die bezigheid en zei opgewekt:

— Gij hebt gelijk, vrienden, een gulden is inderdaad wat weinig.

Hij nam zijn portemonnaie, opende ze met een rustig gebaar, haalde er drie rijksdaalders uit en legde er elk een in de uitgestoken hand:

— Hier hebt u een rijksdaalder. En hier hebt u een rijksdaalder. En hier hebt u een rijksdaalder. Maar loop mij nu niet verder achterna, ik vind dat niet prettig, èn: ik ben een beetje bang.

Hij draait zich weer om. Hij is onverstoorbaar in zijn onnoozelheid. Hij gaat pleizierig en kwiek weer verder, zwaait met zijn stokske en zingt een woordenloos lied. De drie kerels hebben nu ieder een grooten