is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spraak leest tusschen Marcolphus en Phaedrus over den rijke en den armen doode, hun ongelijk sterfbed en hun ongelijke begrafenis, hij heeft zijn voldoening aan de geeseling van de monniken, welke elkander als aasgieren den buit betwisten van den rijken stervende, die moet laten vragen, of ze bij zijn sterfbed niet een beetje stil willen zijn. Schreef Erasmus zijn samenspraken gister niet? Nadien schrijft dokter van Taeke een brief aan zijn oudsten jongen op kostschool. Gij hebt het voorrecht op een klein dorp geboren te zijn, gij zult eens zien, hoe ge later daar altijd meer aan zult gaan hechten, vergeet het ouderlijke huis niet, denk veel aan uw overleden moeder, en wordt een man.

Nu is ieder, die maar weg kon, weer naar den Bosch geweest, waar de zaak van dokter Rits is behandeld, die doodslag op dien Osschen schuimer, een doodslag uit zelfverdediging. Nadien wordt er over gesproken, het was prachtig geweest.

Die twee Ossche kerels waren al in arrest, ze werden nu gehoord met den veldwachter naast zich, ze stonden zoo onnoozel te liegen. Ze waren aangevallen door dat kleine kereltje, ze hadden hem om wat tabak gevraagd, toen had hij hun kameraad doodgeslagen, ze dachten toen niet anders dan met een gek te doen te hebben. De officier van justitie keek toen maar eens in zijn papieren en noemde de