is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe gaat het, kleine kinderen worden groot, de grooteren worden mannen, er zijn al zomers geweest, dan gaan de jongste zonen van dokter Tjerk van Taeke met hun kano naar de Friesche meren, en de oudste is al zoo wijd, dat hij voor dokter leeren gaat, toen ging hij een keer met zijn vader mee naar Mammeke. Mammeke kon den jongen man de beloofde waarschuwing nog geven. Dokter van Taeke heeft tegenwoordig een ander paard, een appelschimmel, een groot paard, het heeft zoo'n fijnen, witten kop en zoo'n goede scherpzinnige oogen achter de oogkleppen. Dat paard is uit een wonderland vandaan, wie weet, is het geen geschenk van een Schotschen edelman, die daarmede zijn dankbaarheid en zijn groote verplichtingen jegens dokter van Taeke heeft willen uitdrukken. Een hoog paard, op zwarte pooten, het heet Khedive, het is een wonderlijk paard. Als het staat voorgespannen en het wacht voor het huis van dokter van Taeke, het staat er met die oogkleppen, dat geeft het zoo'n uitdrukking van groote, goedige en bezorgde verbazing, maar het kijkt opzij naar de deur, als dokter van Taeke op de stoep komt knikt het goedendag. Dokter van Taeke klopt het met pleizier op zijn stevigen witten neus, of hij grijpt eens met pink en duim weerszijden van het gebit in de warme, klutsende lippen, op deze wijze lacht het paard. En het hinnikt als het een kletsende slag in zijn rillenden