is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

korte klanken plotseling weg. Dokter van Taeke had beluisterd. Hij hield het hoofd met de weemoedig beschaduwde oogen wat scheef en terzijde genegen, dokter van Taeke wilde zich niet bedwingen, neen, hij antwoordde op de hulde. Hij maakte het kort. Hij stond daar met de enveloppe in de hand. Hij riep

Willem den knecht. Hij zei:

Willem, breng mij een brandende kaars. Want,

die heb ik noodig.

Daar kwam Willem aangetreden, recht en rijzig in zijn koninklijke livrei, de hemel weet, waar die livrei vandaan was gehaald. Willem hield, de handen in de witte handschoenen, een zilveren presenteerblad voor zich uit, en op dit presenteerblad stond een zilveren kandelaar, die een dikke, brandende kaars droeg. Willem kwam naast den jubileerenden dokter staan. In de zeer diepe stilte zei dokter Tjerk van Taeke:

Hen, die mij bloemen en wenschen geschonken

hebben en die het goed bedoelen, bedank ik oprecht. Ieder uwer kan in zijn hart lezen, of hij mijn dank verdient. U, burgemeester, kan ik antwoorden met een citaat van Voltaire: j'appelle grands hommes tous ceux, qui ont excellé dans 1'utile ou dans 1'agre able. Voor mij staat vast, dat mijn taak nuttig is, en u zelf prijst mij, dat ik in mijn taak uitmunt. Gij echter munt in het aangename zeker niet uit en het is bitter dat, wie men ook is en hoe men ook doet, men bij gelegenheden als deze nooit anders dan