is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De fijne manieren begonnen een verdachte geur te krijgen. Er lag hout genoeg rondom, om maar te grijpen. Maar 't was duidelijk. Hij wilde, dat een der dragers op zou staan, een bos hout bijeenzoeken, en met een onderworpen gezicht naar hem aandragen.

„Ga hout halen!" — beval Monsen.

Een nieuwe uitvlucht:

„Ik heb geen water, heer!"

De boy hield werkstaking in 't openbaar.

Monsen's oogen boorden zich in de oogen van den boy, er walmde hem een zurige dranklucht tegen.

P o m b e ! — bamboewijn.

De boy was dronken en in dienst.

Monsen zette een bek op.

„Maak eten klaar!" — bulderde hij, — „en vlug ook!...

Er schoot een loerende blik van den boy naar zijn gezicht. Hoe ver kon hij gaan?

Hij klaagde:

„Hoe zal ik het klaar maken? Hout heb ik niet, — en water heb ik niet. Kan ik eten klaar maken uit mijn handen?"

't Gemompel onder de negers verstomde. Eén donkere, gespannen stilte.

De boy protste met zijn minachting voor den blanke in de steppen. Hij was almachtig. Van hem hing 't eten af, en daarvan: honger en leven.

Monsen begluurde den boy. Deze nam den strijd aan,