is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zwijgend en met stuursche trekken staarde de man naar den grond.

Monsen gaf zijn karwats over aan een der soldaten. „Zes slagen!" — beval hij.

Zonder eenigen tegenstand, en met zijn lippen vast opeen geklemd, doorstond de man de zes striemende slagen. „Neem de koffer op, en probeer niet te vluchten!" — zei Monsen kortaf.

Zwijgend nam de man de koffer op zijn hoofd, en volgde de karavaan, trouw van halte op halte, al zonderde hij zich bij iedere halte af, waar hij at, alleen en mokkend.

Monsen drong door tot aan de uiterste grens, tot in het uiterste hoekje. Hij moest een omweg daartoe maken, en om de krachten van zijn dragers te sparen, zond hij 't grootste deel vooruit naar een pleisterplaats, waar hij later aan zou komen, in een rechtstreeksche marsch met de grootste helft van zijn reisbagage.

Een gids uit de streek zelf ging voor 't kleinere groepje uit.

Twee dorpen waren leeg gevlucht, 't Waren geen vervallen, halfingestorte hutten, die de doortocht van een plunderenden inboorlingen stam verrieden; ze zagen er welvarend en goed gebouwd uit. De menschen waren gevlucht voor den naderende blanke.

Geen enkele van de dragers liep nog uit. Als een kleine, vreesachtige, bijeengedreven kudde, bleven ze bij elkaar. Bij het naderen van het derde dorp, was eensklaps de gids