is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en berekening, daarna door 'n soort aarzelend gevoel van rechtvaardigheid, en weer uiteen gingen.

Drie vrouwen bezat Frank. Ze wisselden onophoudelijk. Soms klaagde hij bij Monsen. Hij verwenschte ze. Ze stonken, en luierden rond. Maar iederen nacht opnieuw keerde hij bij ze terug.

Bij Monsen's aankomst in den post had Visiri hem een

jonge hovelinge toegezonden. Naakt en vrij stond zij voor

hem, met lonkende oogen. Hij staarde haar aan, tot zij,

uit eigen beweging, en deemoedig zich op den rug legde.

Dat stond hem tegen. Met vriendelijke woorden en 'n

geschenk aan geld zond hij de giechelende negerin aan

haar heer Visiri terug.

„Ik dank u, — ik begeer geen vrouw."

In de eerste dagen had hij hun pralende naaktheid met

beluste oogen onderzocht.

Frank had hem betrapt, en gnuifde:

„Doet 't raar aan — dit decolleté?"

Monsen kleurde.

,,'t Doet mij niets!"

Daarna zijn zwerftocht door de steppen. Hij zag de negerinnen van dichtbij in hun morsig, sexueel leven, en walgde. Waar de blanke in een hut verscheen, legden zij zich op hun stroomat, deemoedig en uit gewoonte, s Avonds werden ze door de dorpshoofden bij zijn tent gebracht. Ze loerden op zijn stuivers, en praalden met hun vleesch. Zij glansden van vet, en 'n zurige, bedorven boterlucht golfde uit hun haren.