is toegevoegd aan je favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Monsen liet den zwarte tegen een muur neerzetten. De man draaide met zijn kop en keek verdwaasd. Hij krabde met zijn vingers in het zand, betastte zijn hoofd en nog duizelig tegen den muur aanleunend, kroop hij recht. Hij zag Monsen en schrok. Lag hij op den grond in tegenwoordigheid van den bestuurder! Wat 'n verregaande onbeschaamdheid!

Monsen liep maar om den man heen; hij sprak niet, vroeg niets en onderzocht maar dien wonderlijken zwarten, gekrulden kop. Er was nergens bloed te bekennen, zelfs geen bult.

Hij vond 't genoeg en spatte nu los in schelden. De man kroop ineen, bang voor een vracht zweepslagen.

Monsen liet 't bij een bulderenden woordenstroom; maar dreigde. Wanneer dit nog eens voorviel, zou men hem op laten hangen aan een paal, zoo hoog, dat hij tot den hemel reikte. Onwillekeurig staarden de negers omhoog. Monsen grijnsde en liet hen staan.

Hij kon 't niet voor zich houden, en vertelde Elsie 't heele geval omslachtig.

Zij glimlachte en schudde haar hoofd.

„Jij zult nooit 'n first class koloniaal worden, jongen! ... Je had 'em direct met de zweep af moeten laten tuigen; dat was voor zijn opvoeding beter geweest."

Ontsteld keek Monsen in haar oogen; 't waren fletse, vermoeide vrouwenoogen. Hij liet haar plotseling los, zooals men een vrucht laat vallen, die ontstoken is.