is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangedrenteld; zwijgend vleiden ze zich op den grond rondom Frank's tent.

Deze zag, dat er voldoende werkkrachten waren, en beval hun de bosschen langs de rivier in te gaan, en vier boomstammen te vellen.

Niemand had argwaan, 't Was immers altijd zoo met de blanken. Wanneer ze kwamen, viel er iets te doen. Den volgenden dag meldden zich de dorpshoofden, die verder weg woonden. Allen vergezeld van hun mannen. Frank trok met al zijn negers naar de rivier, liet de boomstammen aanrollen, deed de brug schragen en verstevigen. Binnen enkele uren was het werk gedaan, en trokken ze naar het dorp terug; de negers een en al verbazing, dat er niets meer van hun luierende krachten gevergd werd. Met een heimelijk lachje overzag Frank de troep.

Toen ze in het dorp terug kwamen, had Willey zich reeds geïnstalleerd.

Al lang was Willey aangekondigd; maar zoo lang hij niet kwam, leefden ze in vrede. Nu was er geen twijfel meer mogelijk; met donkere, zwijgende en achterdochtige blikken trok de heele werktroep het dorp binnen.

Het heele dorp zweeg.

Frank en Willey gebaarden of ze van den prins geen kwaad wisten en slenterden op hun gemak het dorp rond, maar spiedden ijverig of er geen van de troep ontsnapte en de wildernis introk. Maar stompzinnig zaten de negers op den grond en wachtten op het loon voor den arbeid van dien dag.