is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij liet zijn tent opslaan, trok droge kleeren aan, en fleurde wat op.

De nederzetting was een familie. Zij verborg zich bij de aankomst van den blanke. De familievader rekende: de blanke zou even blijven, en wanneer hij niemand zag weer verder trekken. Maar hij zag een tent opslaan, en stuurde een oude vrouw uit op verkenning.

Zij kwam aangewandeld met een korf op haar hoofd, 'n Korf vol penen. Zij deed, of zij van den waterkuil terugkwam. Zij zette zich achter de dragers neer op den grond en begon de penen te schillen. Zij lokte een gesprek uit met de dragers, en ineens schaterden de zwarten 't uit. Monsen, die kleumend bij een vuur zat, dat hij had laten aanleggen, riep een der zwarten bij zich, en vroeg waarom zij lachten.

Met ratelende woorden vertelde de neger. De oude vrouw beweerde, dat zij alleen woonde, 'n Oude vrouw, — was zij geen oude aap met maar twee tanden in haar mond? — met drie hutten! ... Zij zei ook, dat de blanken alle zwarten doodden.

Daarop waren ze in lachen uitgebroken.

Monsen liet den neger gaan. Hij herinnerde zich een verhaal uit het archief van den post. Na een feest hadden de blanken, dronken en bezeten door hun macht, in 't wilde weg op de negers geschoten.

Een zwarte was dood geschoten. De rest was gevlucht, de steppen in.

Nu kwam een oude neger met zijn jongere vrouw en