is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarmee het lot hem bedacht had, stond in de vereischte plechtige houding achter den spijzende, in afwachting van het oogenblik waarop deze voor het volgende gerecht in aanmerking zou zijn gekomen.

Om deze tafel hadden eens vroolijke edelen geschranst en gedronken; ze was ervoor gemaakt, zooals de gansche eetzaal met haar hooge, lichte vensters bedoeld was om een gezelschap te herbergen. Maar Georg voelde zijn eenzaamheid voorloopig nog niet - tenslotte was hij in het Weensche officiers-casino ook eenzaam geweest, op een minder weldadige wijze. Deze groote ruimten waren hem niet te groot: men kon zich hier tenminste bewegen, en om hem heen waren, onzichtbaar, zijn voorouders, wier bloed hij in zijn aderen voelde. Uit de zwaarvergulde baroklijsten in de eetzaal keken ze hem aan: zijn grootvader, naar wien hij genoemd was, en nog anderen in wier geschilderde trekken hij zichzelf terugvond; allen tezamen keken tijdens zijn maaltijd beschermend op hem neer, reeds benieuwd hoe hij zijn taak hier vervullen zou: het beheeren van het familiebezit, dat zij hadden nagelaten.

Daar hij geen kinderen had en zijn erfgenamen hem niet interesseerden, volbracht hij zijn vrijwillig aangeganen plicht hier tenslotte alleen uit achting voor zichzelf en voor de dooden, die door de eeuwen heen zijn naam gedragen hadden. En bij de uitoefening van dezen plicht waren de rust en de stilte om hem heen hem aangenaam. Er tikte een klok, manend aan den onveranderlijk voortschrijdenden tijd; daarbij kon hij rustig overdenken wat er voor morgen en overmorgen en voor de komende weken nog allemaal te doen viel.

Het was moeilijk, bijna onmogelijk, deze groote vertrekken voldoende te verwarmen, maar overdag was hij toch uit, en 's avonds zette hij zich bij de groote schouw van de rookkamer. En terwijl de wind daarboven klagend loeide, genoot Georg ervan, dat die vlammende houtblokken, welker warmte hem koesterde, uit zijn eigen bosch stamden. Hij kwam er voor het eerst toe om eens dieper en langer over zijn leven na te denken - vroeger had hij daarvoor blijkbaar nooit den tijd gehad. Niet, dat de werkzaamheden, die zijn tijd zoo volledig geabsorbeerd bleken te hebben, hem achteraf zeer belangrijk voorkwamen. Met iets als koele sectie op zijn eigendunk stelde hij voor zichzelf vast, dat in het regiment nu alles even goed zou gaan zonder hem; zijn vroegere ordonnans zou de orders thans bij een anderen majoor afleveren, dat was alles.

Ook zijn verzwegen huwelijksdrama trachtte hij op een der-