is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KERSTMIS

Maria had een klein en stil voorhoofd als een non, en zij was ook religieus van aard. Haar oogen - van een eigenaardig blauwgrijs - behielden zelfs in het glimlachen nog iets zwaarmoedigs; om haar smallen mond week nooit geheel de herinnering aan eens doorstaan leed. Ze had moeilijkheden met haar weelde van aschblond haar, dat zich niet in toom liet houden; het zat vaak ietwat hulpeloos verzakt, en het met de hand vluchtig even schikken van haar coiffure was haar reeds tot een stereotiep, schuldbewust gebaar geworden. Trudi wende er aan om de verloren haarspelden, die zij vond, op een hoopje te leggen; zuchtend stak Maria ze dan weer daar waar ze behoorden. Maar dit zijdeachtige, vloeiende haar hield geen speld ter wereld vast.

Hoewel zij met haar dertig jaren reeds de volle zwaarte van het leven had ondergaan, had zij toch iets zeer kinderlijks behouden - dat was het misschien wat allen zoo in haar ontroerde. Zij had kleine, kinderlijke handen. Met groote, stil rondkijkende oogen liet zij zich den dag na haar aankomst het kasteel toonen, dat zij van nu aan zou bewonen; zij was bereid om alles te bewonderen. De majoor voerde haar aan het venster der nieuwgemeubelde slaapkamer en wees haar den blik over de slotgracht en de met sneeuw bedekte dennebosschen waarop thans de zon scheen, en zij haalde diep adem terwille van de gezonde en verkwikkende lucht, nadat hij haar dit aanbevolen had.

Zij volgde hem in den toren, van waaruit men het donkerbevroren Wörthermeer kon zien liggen temidden der wijde witte wereld, die in het zuiden werd afgesloten door den keten der Karawanken; zij volgde hem in de bovenvertrekken, die hij nu reeds sedert een jaar maar gesloten hield, omdat hij ze toch niet bewoonde en omdat ze werkelijk niet allemaal schoon te houden waren - zij was het geheel met hem eens, dat men deze vertrekken niet noodig had en dat ze dus maar het best gesloten konden blijven.