is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door dezen horen herleefde onder de kinderen het soldatenspel, dat een tijd lang vergeten was bij al het ijverige musiceeren. Stephan herinnerde zich zijn cavaleristenpakje; Anna moest de losgeraakte tressen er weer aan vastnaaien; Krone, die een bijna sentimenteele genegenheid voor Stephan koesterde, bolde den in den strijd gedeukten helm weer voor hem uit en vervaardigde in de plaats van den afgebroken sabel een stevig houten zwaard. Aldus uitgerust, verklaarde Stephan zich bereid om het kasteel tegen al de anderen te verdedigen. Franzl, de oudste jongen van Franz den boschwachter, had toevallig juist gevraagd of hij met zijn vijfjarig broertje wat mocht komen spelen. Toni Eisengruber was met Paaschvacantie over, en Liesbeth, die altijd alles van hem gedaan kreeg, ging vragen of hij ook niet mee wilde doen. Maar hij kon vanmiddag onmogelijk: hij moest zijn vader helpen om een karrevracht hout uit het bosch te halen. Dat was jammer, want Toni zou zoo mooi de aanvoerder der belegerende partij hebben kunnen zijn. Nu moest Rudi commandeeren en tegelijkertijd het signaal voor de attaque blazen.

De „verdediging" van Stephan kwam hierop neer, dat hij zich ergens verstopte; men moest tot hem zien door te dringen en hem gevangen nemen - waarbij hij natuurlijk het recht had, te vluchten. Maar Bismarck mocht niet meedoen, anders zouden ze hem dadelijk hebben I Rudi blies voor den aanval, en met hoera-geroep bestormden de belegeraars het kasteel. Zij zochten eerst in den stal en in het koetshuis, toen in de keuken. Anna Krone moest het zeggen wanneer ze Stephan soms ergens verborgen hield; Rudi plaatste haar dreigend de punt van zijn zwaard op de borst, maar Anna bezwoer haar onschuld. Zij hield Stephan op haar woord van eer niet verborgen. Als het gevecht straks echter gedaan zou zijn, moesten ze allemaal nog maar eens in de keuken komen misschien had Anna in haar kast wel iets anders verborgen. Iets wat hun smaken zou.

Ze schreeuwden een hoera voor Anna en namen bezit van de trap naar boven. Eerst werd de bibliotheek doorzocht. De majoor moest zich op genade of ongenade overgeven. Hij hief, in zijn stoel zittend, beide handen omhoog; in een ervan hield hij het boek waarin hij las, en hij riep: „Kameraad!" Waarop Rudi hem met zijn zwaard bewaakte en Liesbeth en Angélique het vertrek liet doorzoeken. De kinderen van Franz hadden niet goed binnen durven komen en wachtten op de gang. Geen Stephan te vinden.

In de aangrenzende kamer speelde mama op den vleugel. Hier diende men geen geweld toe te passen. Op hun teenen slopen de