is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij niet met z'n borst in dien houten sabel gevallen was!" had Krone haar rillend toegefluisterd. Schreiend, haar armen in vertwijfeling om hem heen, had Anna getracht hem dit uit het hoofd te praten, hem te bewijzen, dat Stephan door den diepen val uit het venster in de gracht alléén reeds... Het was haar niet gelukt. Zij sprak trouwens tegen haar overtuiging in. Zij was zelf doordrongen van de fataliteit van dien sterken houten sabel, dien haar man op den dag van het ongeluk voor Stephan gesneden had. Al wat zij nu nog doen kon, was, in zijn vreeselijke schuld te deelen.

Toen Krone na een doffen zelfstrijd van maanden den vorigen herfst weer was begonnen te drinken, vond zij de kracht niet meer om er hem van terug te houden. Zij nam hem zijn geld niet af wanneer hij 's avonds na zijn dienst naar Seekirchen liep om daar in de herberg een paar mannen te ontmoeten, die hij zijn vrienden noemde. Zij voelde zich samen met hem naar den afgrond drijven en kon het noodlot niet meer tegengaan. Daar zij geloovig was, hoopte zij nog slechts op redding door God. De geboorte van den nieuwen Stephan scheen haar een Teeken te zijn. Maar het miste zijn uitwerking op Krone. Wat moest zij nu doen...

Was den baron nog niets ter oore gekomen? Op een dag zou hij het toch merken, al vervulde haar man zijn plichten dan ook nog steeds met een getrouwheid, die onder zulke omstandigheden werkelijk verwondering moest wekken en wel duidelijk van zijn goeden wil getuigde. Krone wilde het goede wel, maar de melancholie van den herfst en de lange duistere winteravonden was hem te machtig. Dezen keer zou ook de baron hem niet meer tot rede kunnen brengen. Niemand, niemand kon Anna meer helpen.

„Stephan zit al rechtop in zijn wiegje!" - „Stephan probeert al te praten! Hij heeft daarstraks al heel duidelijk mama gezegd!" „Stephan... Stephan..."

Denken ze er eigenlijk ooit nog wel iets bij wanneer ze zijn naam noemen? schoot Liesbeth door het hoofd terwijl ze Rudi en Angélique zoo hoorde. Het overkwam haar, dat zij als het ware ineens wakker schrikte en zich de vraag voorlegde hoe Stephan daar boven in den hemel het nu wel vinden zou, dat er hier voor hem een ander gekomen was. „O, Stephan, ik denk nog wel aan je. Ik weet, dat jij en ons nieuwe broertje niet dezelfde zijn."