is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het dan niet even dwaas als zij? In haar vrees, dat hij in haar oogen iets van deze verwondering lezen zou, draaide zij snel het hoofd af en zei slechts, dat zij dit alles tot nu toe alleen maar als een wensch van mama beschouwd had, maar nooit als een vaststaand plan. Georg keek haar van terzijde aan - hij had haar begrepen. Terwijl de schemering stil-aan de kamer verduisterde, vertelde hij haar uit het verleden. Over den dooden Stephan,' die zooiets van een kleinen priester in zijn wezen had gehadalthans, dat had mama steeds in hem gezien. En toen was dat ongeluk gebeurd... - Liesbeth luisterde. Als in een visioen werd haar nu geopenbaard wat er tusschen haar ouders in stond. De eerste Stephan... zij had het steeds vermoed. Maar de tranen in haar oogen vloeiden niet uit medelijden met mama voort, slechts uit haar overgroote dankbaarheid en vreugde, dat ze door haar vader nu eindelijk geheel in vertrouwen was genomen.

„Maar mama zou toch nooit iets doordrijven tegen Stephan's wil in!" zei ze. Georg nam haar hand. Hij wist nu, dat hij in zijn oudste dochter een bondgenoot bezat.

En er daalde in Georg eindelijk iets van de rust, die dokter Prisswitz hem voorgeschreven had. Indien hij er op een dag niet meer zou zijn, was Liesbeth er nog. Zelfs de zorg voor Maria kon hij haar toevertrouwen; daarvan was hij nu overtuigd. Zij scheen zoo prachtig evenwichtig en zou voor allen een baken in den storm zijn; zij was de sterkste hier - misschien was zij ook reeds sterker dan hij. Hem had het leven langzamerhand murw gemaakt; zijn ineenstorting was er het beschamend bewijs van. Maar tij had zijn kracht kunnen overplanten in zijn oudste dochter; hij voelde behoefte om er God in sülte voor te danken, dat Hij hem, den twijfelende en eigenzinnige, dit gegund had. . Toen de Kerstvacantie begon te naderen, spande Georg zich in om nog op tijd te genezen. Het gelukte. Hij kon dokter Prisswitz verzekeren, dat hij weer rustig sliep. O, kon hij Maria ook maar iets van dezen schat meedeelen - zij worstelde maar eenzaam voort; zij had ook geen enkele groote vreugde in het vooruitzicht, zooals hij, met de komst van zijn zoon. Zij staarde zich blind in een toekomst, die zij niet zou kunnen vormen zooals zij gehoopt en gebeden had, en in een verleden, dat zij niet meer kon terugroepen.

Een dag voor Rudi s komst stond de majoor weer overeind. Hij was wat bleek en mager geworden en ook nog veel grijzer, maar het scheen alsof het hem weer gemakkelijker viel, rechtop te gaan; zijn houding had iets van haar starren trots verloren, en