is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maandagavond gaf haar vanzelf weer zooveel stof in de pen, dat zij zich verplicht voelde om hem ook hierover uitvoerig. Ineens merkte ze, dat Vera ontwaakt was en uit bed stil naar haar lag te kijken. Ze had heelemaal vergeten, dat ze niet alleen op de kamer was, en schrok zoo, dat zij een inktvlak op het couvert maakte; heftig blozend bukte zij er zich over om met vloeipapier het ongeluk nog zoo goed mogelijk te verhelpen. Vera zei niets. Ze bleef trouwens den ganschen dag stil en nogal slecht gehumeurd, en de reden daarvan viel gemakkelijk te raden. '

Liesbeth maakte zich omtrent haar eigen gevoelens voor meneer von Brandt nu langzamerhand niets meer wijs. O, natuurlijk was er vriendschap tusschen hen; hun tot gewoonte geworden dageliiksche uitwisseling van gedachten verplichtte haar min of meer, hem te berichten omtrent alles wat zij hier meemaakte en onderging. Maar het was nu zoover gekomen, dat dit alles voor haar niets meer beteekende wanneer zij niet de zekerheid had, dat hij het van een afstand mee-beleefde. Zij kon hem hier in Weenen geen minuut van den dag vergeten; zij zou pas weer rustig ademen wanneer zij bij hem terug was, zijn stem weer hoorde... Had hij haar met zijn blik bij het vertrek eigenlijk niet reeds heel veel gezeigd?

Zij wist zijn voornaam en fluisterde dien zachtjes voor zich heen, zelf nog schrikkend van haar vermetelheid. Paul... J Zou ze hem ooit zoo mogen noemen? Hoe veilig en geborgen zou zij zich in hetzelfde oogenblik voelen; het benam haar den adem als zij er aan dacht. Paul... Paul!!!

Zij wist niet hoe er aan deze veertien Weensche dagen ooit een eind zou komen - van den anderen kant was zij weer blij, dat haar nog de tijd gegund werd om na te denken en haar gedragslijn vast te stellen voor het oogenblik van het weerzien. O, nu wilde zij nog niet denken, nu nog niet. Pas tegen dat zij weging- .. in den trein desnoods nog zou zij met zichzelf uitmaken hoe zij hem begroeten moest. Dat hing ook van het antwoord ar, dat er op haar brieven kwam.. ♦

Georg was dezen Maandag alleen naar de stad geweest en had zijn oudoom Johann opgezocht, die ondanks zijn hoogen leeftijd nog op het punt stond, zijn dagelijksch wandelingetje te ondernemen, waarvan hij dan in zijn stam-cafétje bij een paar oude vrienden placht uit te rusten. Élschen, zijn vrouw, wier charmes nem dertig jaar geleden verleid hadden tot de mésalliance waarmee