is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Goed, tot straks dan!"

Mizzi kneep Angélique een blauwen arm, terwijl ze haar mee naar buiten trok. „En hij komt ook!" fluisterde ze in een soort hysterische vreugde. „Walther komt ook mee! O, er is iets vreeselijks gebeurd! Hij denkt, dat die rozen van mij zijn! Nu, ze zijn natuurlijk ook van mij, maar hij mocht het niet weten!" Ze keek Angélique eensklaps met onverholen bewondering aan: „Zeg... hoe heb jij dat met jouw violist zoo gauw klaar gespeeld??"

Fritzl vernam met eenige ontsteltenis omtrent de afspraak, die de meisjes nog gemaakt hadden; hij stelde Mizzi aansprakelijk voor deze dwaasheid, waarvoor hij later misschien nog ter verantwoording zou worden geroepen. De zorg daarover drukte gedurende de gansche tweede helft van het concert op hem; hij verwenschte zijn zwakte. Waarom had hij zich laten dwingen om vanavond mee te gaan? Angélique keek niet eens naar hem om.

Tot Angélique drong de muziek van het podium thans nauwelijks meer door; het scheen alles even ongeloofwaardig wat er met haar gebeurd was en nog te gebeuren stond. Zij staarde naar Desmond, om eiken trek van zijn gelaat in haar herinnering te kunnen behouden, ingeval deze herinnering alles mocht zijn wat haar van dezen avond zou overblijven. Opnieuw was zij bijna bang voor de ontmoeting met hem; zij huiverde even toen Fritzl haar op het eind van het concert haar mantel over de schouders hing.

Na zich haastig van enkele late bewonderaarsters te hebben bevrijd, kwam Desmond op hen toegesneld. Hij droeg zelf zijn vioolkist onder den arm en had zich tegen den koelen lenteavond in een bontjas gepakt. Angélique stelde Mizzi en Fritzl aan hem voor, maar hij scheen hen nauwelijks te zien. „Waar gaan we nu heen?" vroeg hij met zijn door het spelen nog opgewonden stem, waarin iets van de afhankelijkheid van een kind lag, dat gewend is anderen voor zich te laten beslissen. Walther Böhm, die zich reeds bij hen gevoegd had, stelde een restaurant voor, maar Fritzl, van een plotselinge gedecideerdheid nu het er om ging, tusschen de vele Weensche uitgaansgelegenheden een keuze te doen, bewees de grootere aantrekkelijkheid van den Augustinerkeller, althans voor een vreemdeling, en hij wist zijn zin door te drijven. Hij verzweeg, dat hij daar Arnim en de anderen nog hoopte te vinden. .

Bij den artistenuitgang van het gebouw wachtte een rijtuig voor den solist; Fritzl had aan de voorzijde een fiaker besteld. Desmond liet hem echter niet den tijd om tot een verdeeling te komen; hij zei tot Angélique: „U rijdt met mij mee, niet-