is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en vroeg den wantrouwenden en bij voorbaat vertoornden oude: met hoeveel paarden hij het werk op het land desnoods zou kunnen verrichten. De boer wilde hem dadelijk verzekeren, dat hij er eigenlijk nog te weinig had, toen de ambtenaar de zaak een andere wending gaf: men had in Klagenfurt reeds bepaald, hoeveel paarden voor het bedrijf konden worden toegestaan. Deze administratieve eigengerechtigheid wekte Georg's wrevel op. „Dan had u mij niet eerst naar den stal behoeven te laten loopen."

De nog jonge ambtenaar (gebrild en oogenschijnlijk voor eiken militairen dienst afgekeurd) werd verlegen. „Maar wij moeten ons persoonlijk overtuigen hoeveel dieren er op stal staan," verontschuldigde hij zich.

„Hoe staat het met mijn rijpaarden en met de koetsdieren?" vroeg Georg.

„Ik heb speciale opdracht, u enkele paarden voor eigen gebruik te laten. Men kent u in Klagenfurt, baron. U moogt zelf bepalen welke paarden u missen kunt. Voor de afgeleverde dieren ontvangt u natuurlijk vergoeding."

„Vergoeding?" vroeg Georg opgewonden. „Ik heb toch begrepen, dat de paarden voor het leger bestemd zijn? Willen ze daar in Klagenfurt nu ook nog een legerfournisseur van me maken?"

„Neen, zeker niet, baron," stamelde de ambtenaar. „Men zal u de gelegenheid bieden, het geld in de oorlogsblindenkas te storten, of..."

Georg, met zijn gedachten reeds elders, luisterde niet meer. Twee paarden hoopte hij te kunnen behouden: zijn vos en dan den jongen hengst waarop Rudi het liefst gereden had. Dat het hem zwaar viel, van de andere dieren afstand te doen, wilde hij zelfs tegenover zichzelf niet waar hebben.

Toen hij bij Otto terugkeerde, ontving deze hem met de peinzende, veelzeggende woorden: „Paarden! Ik hoor het van alle kanten... de verhezen aan paarden moeten enorm zijn."

Beiden dachten aan hetzelfde, maar wilden het niet uitspreken. Enkele dagen tevoren had Georg nog weer gelezen over de schrikwekkende, in verhouding tot de andere wapens onevenredige verliezen bij de cavalerie. Waar paarden vielen, vielen ook ruiters...

Tante Frieda, die steeds onopgemerkt haar stillen weg was gegaan, wist nu na Maria's dood ineens niet meer wat zij met zichzelf moest aanvangen; voor het eerst zag men haar zenuwachtig