is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze stormde op haar toe, sloeg de armen om haar heen. „Angélique...!!!" Deze kuste haar terug, maar zoo, alsof deze uitbundige begroeting hier op het perron, temidden der menschen, haar toch wat verlegen maakte; ze monsterde haar oudere zuster met een aarzelenden lach. „Ik dank je, dat je me bent komen afhalen." Liesbeth wist van zenuwachtigheid nog heelemaal geen woorden te vinden; ze moest maar naar Angélique kijken: hoe die heelemaal dame was geworden... Ze zag er vermoeid en slecht uit, maar pas wanneer men door de bedriegelijke frischheid van haar schmink heen keek. Ze was met verfijnden eenvoud, uiterst chic gekleed. Liesbeth had vandaag ook wat extrazorg aan haar uiterlijk besteed, maar voelde zich toch bijna beschamend afsteken naast de steedsche elegantie van haar zuster. Ook de bagage, waarvoor Angélique nu een kruier wenkte, was luxueus, en het scheen onverklaarbaar, dat zij met een paar honderd francs te helpen was geweest. Haar vierjarig zoontje zag er in zijn lange marineblauwe broekje maar smalletjes uit; hij had groote bruine oogen, die donker gloeiden in zijn bleek gezichtje en eensklaps een benauwende herinnering in Liesbeth wakker riepen. Onder zijn baret, die hij welopgevoed en bijna galant voor haar afnam, borg hij een weelde van bruin gelokt haar. „Bonjour, madame," zei hij met een schril stemmetje tegen zijn tante Liesbeth, en terwijl deze hem van den grond optilde en stormachtig aan het hart drukte, wist zij: zoo en niet anders, met datzelfde stemmetje en dienzelfden ietwat droomerigen oogopslag had de kleine, vroeg gestorven Stephan 's ochtends mademoiselle Dujardin begroet: „Bonjour, Mademoiselle... 1"

Zij moest het Angélique in het rijtuig dadelijk zeggen, en deze knikte mijmerend en liet zich als achteloos ontvallen: „Toen ik Desmond destijds in Weenen voor het eerst hoorde spelen, dacht ik al aan Stephan."

Liesbeth begreep haar niet goed. Wilde Angélique zichzelf wijsmaken, dat dit ventje zijn gelijkenis met haar vroeg gestorven tweelingbroertje niet door haar, maar door zijn vader zou hebben?

De kleine Jaques had met verwondering naar zijn moeder omhooggekeken, die met de nieuwe tante onverstaanbare woorden sprak. „Est ce qu'on voit papa aujourd'hui, maman?" vroeg hij. Liesbeth streelde hem medelijdend liefkoozend over het haar; Angélique antwoordde hem in de taal, die haar op dit oogenblik bijna nog gemakkelijker scheen te vallen dan het Duitsch: „Mais non, mon chéri, puisque ton papa donne des concerts en Italië."

Ignaz, daar op den bok, kon het niet laten, vluchtig achterom