is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zullen worden ontheven van een dienst, dien hij haar met genoegen had bewezen, maar die hem aan het einde van den zomer te zeer zou beginnen te bezwaren. Misschien zou zij tegen September, October wel iemand hebben gevonden, die hem dit werk uit handen kon nemen?

Al had ze dit weken lang voorvoeld, ze was als verdoofd door den slag. Ze was het eerste oogenblik ook dom genoeg om zich door hem kwaadwillig en harteloos verlaten te voelen. Goed, als het hem dan niets schelen kon hoe zij hier met den boel bleef zitten, moest hij maar gaan. Dan wilde zij hem niet tegenhouden...

Zij vond geen woorden, knikte slechts koel. Snel, argwanend keek hij op. Wat... ? Had zij soms al eentje op het oog, die hem hier vervangen moest? Hij staarde haar nog perplex en bijna met haat in de oogen na toen zij zich reeds had afgewend en hem zonder een woord had laten staan. Als zij werkelijk al iemand voor de boerderij wist, was hij een driedubbele ezel geweest om dat niet te merken en hier maar voort te zwoegen! Dat hij haar een offer gebracht had door hier dit werk zoolang op te nemen, was misschien nauwelijks tot haar besef doorgedrongen. Vervloekt!

Zijn moeder schrok ervan hoe gramstorig hij naar huis kwam. Ze vroeg hem of er buiten met het werk soms iets was voorgevallen. Met het werk? Neen, niets. Maar hij had het nu langzamerhand zat. Hij had de freule van het kasteel daareven aangekondigd, dat hij zich dezen herfst ontslagen zou voelen van zijn aangegane verplichtingen hier. Men scheen voor hem trouwens al een ander te hebben.

Met betraande oogen staarde de oude vrouw haar zoon aan, die, van haar afgewend, door het venster naar buiten keek, over het weiland en de velden, die de vruchten droegen van zijn werk.

Liesbeth kon niet tegen hem spreken, ook de volgende dagen niet. Zij kwam niet meer op het veld kijken, zooals tevoren; zij leefde in een doffe vertwijfeling. Ze kon haar gedachten ook niet van Stephan losmaken, en de moed ontbrak haar op dit oogenblik om zich in de vraag te verdiepen, waar zij nog vóór den herfst een plaatsvervanger voor de boerderij zou kunnen vinden.

Zoo gaf zij zich dan weerloos aan haar noodlot over, maar Toni, die dit niet weten kon en hongerend uitkeek of zij niet nog eens bij het werk kwam kijken, werd versterkt in zijn meening, dat haar besluiten voor dezen herfst reeds genomen waren en dat zij daarom voor hem niet langer een belangstelling behoefde te veinzen, die zij misschien wel nooit gevoeld had.