is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPGEVOED

Het is wel vreemd, dat ik de jaren na den grooten keer in ons leven niet zoo herinner. Oom Barend, een huisvriend onzer ouders, was uit verre landen teruggekeerd en had het als een levensopgave beschouwd ons op te sporen. Hij had politie, justitie, detectieven in actie gebracht en wij waren gevonden. Daarmee was de ontbering en verwaarloozing uit, en begon het inschakelen in het gewone beschaafde maatschappelijke leven met zijn gebaande paden, waarop men maar te loopen had om vriendelijke gezichten te zien en welwillendheid te ontmoeten. De boterhammen werden dan als toegestoken en zij waren nog dik belegd bovendien.

Coba, die zich geheel aan Oom Barend hechtte, liet zich gemakkelijk opvoeden tot het aardige en voor dien tijd sportieve meisje, ik . . .

Madame Tournaire was door mijn oom uitgekozen om hem bij te staan in de opvoeding van een paar volkomen onmogelijke en verruwde zwervers. Zij was een zuster van een zijner jeugdvrienden, was nooit gehuwd geweest, van middelbaren leeftijd en had de goede opvoeding voor dien tijd gehad pensionaat en Zwitsersche kostschool. Zij had wat men noemde „maintien", en dat in den Brusselsch — Franschen stijl. Uitstekende tafelmanieren, welverzorgde kleeding maar met wat veel sieraden en kostbaar bont, een vlotte wellevende conversatie, d.w.z. de kunst om met veel woorden weinig importants te zeggen.

Zij was klein en wat gezet, want ^ zij hield van goed eten en vooral van gateaux en paté's, levendig in haar bewegingen en spreken maar toch met iets hautains in