is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet om een snoepje vragen, wij moesten erom schrijven — Oom schreef opdrachten voor Catrien en die moesten wij haar voorlezen.

Het eind was, dat wij vlot leerden lezen en meester Steen met zijn groote verwaaide kuif en onzindelijke linnen manchetten berichtte oom trotsch onze vorderingen. Oom liet hem maar en begon zelf met ons aan .geschiedenis en aardrijkskunde. — Nu waren wij vanzelf vol aandacht en daar hij veel boeken en platen had en hij ons veel liet opzoeken en opdrachten gaf, als reizen te teekenen, een illustratie na te vertellen, waren wij voortdurend in actie.

Oom nam ons als deel der lessen mêe naar Amsterdam. Ik geloof niet, dat deze reizen aan zijn bedoelingen beantwoordden. Hij wist niet, wat hij in ons, vooral in mij van de ankers sloeg en nu op drift geraakte.

Destijds konden mij de Rembrandts niets schelen en zelfs niet de Jan Steens, maar de schepen, de krijgsherinneringen in de musea, en Artis grepen mijn blik en aandacht.

Reeds als wij naar het station gingen, een koffertje bij ons, uit het gewone doen van allen dag, met voor ons het onbepaalde en verrassende, sloeg mijn bloed aan het bonzen. — Het vlakke kijken maakte plaats voor hevige geïnteresseerdheid, ik trok mij niets meer aan van wie ik al of niet tegenkwam en of en hoe ik ze moest groeten. En de praatjes van de treinpassagiers gingen langs mij heen, speciaal als zij vriendelijk tot mij gericht werden. Ik zag de weiden, de beesten, de wegen, de luchten, de ruimte. Ik ademde dieper, ik stak het hoofd buiten het venster om de lucht in de longen te doen stroomen en den wind te voelen door mijn haren en te doen suizen om het hoofd.

Als wij dan uitstapten in de groote stad met zijn