is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ging naar beneden. Oom drukte stevig mijn hand, Coba zeide heel gewoon „Dag", maar er was een ondertoon van blijdschap in haar groet. Oom schoof mij de krant toe: „Moet je eens lezen, zeg," animeerde hij en mijn oog en vlogen het artikel door en ik begreep niet de belangrijkheid van de spanning in het Oosten op dit smartelijke uur. Maar het was wél zóo; ook de volgende dagen werd niet over mijn avontuurlijke vlucht gesproken en spoedig leek de heele ellende mij een droom. Daarbij — mevrouw Tournaire was vertrokken na een botsing met oom — Het huis was er voor mij niet minder om.

Zoo hielp oom mij over de smadelijke nederlaag heen.

*

Ze zitten aan tafeltjes, de jongens, en ze zitten gedwee en klein als rillende schoothondjes. Schoolmeesters ondervragen hen, zelf ten doode verveeld en betreuren hun vacantie, maar ze doen het voor de duiten.

Men drukt de geestelijke waarden uit in cijfers en 't is alles weerzinwekkend stompzinnig. Paul weet niet veel.

Hij zou kunnen vertellen over den smaak van gestolen brood en hoe men steelt, hoe het slaapt in het hooi als de sterren de nachtlichten zijn en hoe men vecht tegen den wind, den regen, de honden, de menschen. Hij zou kunnen betoogen hoe noodig het kan zijn ter verlossing van een neergetrapte ziel, dat er een kar of hooiberg brandt en hoe weldadig een vechtpartij is in de beklemming van een dag miezerigen mist. Maar ja, 't gebit van een haai heeft hij niet gezien en dat wil men nu juist weten. En wat is die sinus en tangens ook weer, nu buiten de zon schijnt en het daverend leven aan de ruiten tikt?