is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God? Die hebben het gemakkelijk, ze hebben maar te volgen.

En de kuddemenschen hebben geen moeite, de groep leidt hen en de geest van den tijd, tot verloving en huwelijk, tot stijf en slap boord, tot quadrille of tango, tot whist of bridge, tot schaatsenrijden of canovaren, tot kuischheid of sex-appeal, en altijd wel tot een of anderen God.

Maar wat moet ik met mijn leven doen, ik die geen Rembrandt ben met ingeboren weg- en doelwijzing, ik die van de kudde gruw? De leegte kan mijn vermaak niet zijn en het gezin geen doel.

O God geef mij een god om te aanbidden.

Geef mij een doel om voor te leven!

Maria, gij die op grooten afstand zijt, als gij hier waart, zou ik uw hand vatten. We zouden naast elkaar ons nederzetten en elkaar aanzien en om onze monden zou zich een glimlach leggen zooals een gouden band zich vlijt om den zachten kloppenden pols, en we zouden soms spreken met een donkeren innigen toon, maar meer nog zouden we zwijgen daar woorden noodeloos waren. Maar toch zou het verlangen komen, verraderlijk nadersluipen gedoken tegen den grond, opdat we het niet zouden zien. En op eenmaal zou het ons bespringen, als de sater de argelooze elf. Ons oog zou wild glanzen en we zouden met schrik en pijn uit elkaar gaan óf elkaar grijpen en schreien van vernedering.

Maria is het niet goed, dat ge ver zijt en ik aan u denken kan als aan het schoonste en liefste dat ter wereld bestaat?

Laat Thea dan maar met mij tennissen en zich aanvallig kleeden, laat zij maar blozen onder mijn kijken en