is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar gouden oogenblikken! Zij kwamen ook wel tot haar met hun moeilijkheden, het verraad van hun vrienden, het verraad van hun zinnen. Diep-in waren zij kuisch en maatgebonden, daarom leden zij aan den tijd en aan de verworven vrijheden, die zij niet gebruiken konden, noch wilden.

,,Jullie zijn niet van naoorlogsche rijken, van opkomelingen, jullie zijn van oud en goed geslacht. Bon sang ne peut mentir," hield zij hen voor en zij bleef steeds de kittige dame, die niet transigeerde en de dingen pijnlijk bij hun naam noemde.

Zij dachten aan anderen van oud en goed geslacht, en haalden de schouders op, maar desniettemin hun bloed voelde een grens, zij waren gezond van geest en ergens flikkerde een zwaard van verbod, ergens begon de walging en diep in het geschrei om geschonden hoogheid. Dan kwamen zij tot haar, dan kropen zij tot haar over den grond en zij legden het hoofd in haar schoot en wachtten op haar hand en op haar stem, een kalme diepe stem, die zijn wedergade niet had in vertroosting en steun.

Zelf zocht zij meer en meer steun in het stille gebed en een enkelen keer ving haar de kerk op in orgelzang en vrede-indalende prediking.

Er waren ook dagen en nachten vol wanhoop, die als hellegedrochten haar omstuwden. Dan schreide zij in de kussens om Paul, die zij nauwelijks nog in leven wist en waarvan zij altijd nog hoopte, altijd en tegen beter weten in, dat hij eens terug mocht keeren.

Later, kalm en nuchter, begreep zij dat zijn terugkeer moeilijk voor de kinderen zou zijn, en met kouden schrik zag ze duidelijk in, dat zij een dergelijken vader niet zouden aanvaarden.

Misschien begreep Paul dat en dan verzuchtte zij weer:

De biecht van een bezetene 12