is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigenlijk kwam en wat voor type dat wel was. Daar was Fetter dadelijk op in gegaan:

„Een klein vierkant manneke met een kompleet kale kop, een paar ongelooflijk pientere lollige oogen en een geweldige portie snor. Je weet niet wat je ziet. Kwiek als water. En een praatjes! Daarbij een pracht van een naam: Siegfried van Santen van Wellenstijn. Voor mijzelf heb ik hem onmiddellijk Habekuk gedoopt. Waarom, dat weet ik niet. Ik vroeg hem of hij wel eens bij operaties en bevallingen geholpen had. Daar was hij hoogst verontwaardigd over. Want er was niets van de heele geneeskunde, dat hij niet wist. En hij gooide mij dood met een stroom van onuitsprekelijke en dure woorden.

Ik zei: Maar daar hebben wij niets aan. De kènnis heeft onze dokter wel. Als u nu maar een hospitaal kunt beheeren, schoon en ordehjk houden en den dokter een beetje kunt assisteeren, dan ben ik al ruimschoots tevreden.

Toen begon hij eerst recht uit te pakken..."

„Spada!" had plotseling een zware prettige stem geroepen.

Dornik was gedienstig naar voor gegaan en lachend teruggekomen:

„Habekuk komt zich melden!"

Betterman was ineens veranderd en gedroeg zich tegenover den kleinen, oolijk rondkijkenden nieuweling als de charmante collega, terwijl hij het deed voorkomen alsof hij de beste vrienden was met Dornik en Fetter, tusschen zich en den laatsten den afstand bewarend, die hem als assistent scheidde van zijn hoofdbaas. Blijkbaar voelde hij zich tegenover Habekuk zoozeer de meerdere, dat hij voor een enkelen keer kon zijn dat, wat hij zoo graag altijd zou willen zijn: de prettige kerel. En Fetter had een diep medelijden met den man gekregen.

Habekuk was den vorigen avond aangekomen en doorgereden naar het hospitaal. Hij had het hoogst noodige bij zich om zich de eerste dagen te kunnen behelpen plus een jongen, die voor hem kon kooken. Zoo had hij zich dus maar vast geïnstalleerd in het huis, waarvan hij dacht, dat het voor hem bestemd was, in afwachting van zijn verder hebben en houden. Hij had dien ochtend al vroeg het hospitaal eens bekeken,