is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mijnheer Fetter, ik verbied u hier een dergelijken brutalen toon aan te slaan. U vergeet blijkbaar met wien u te doen heeft."

„Met den gedelegeerde van de directie, die denkt, dat Fetter een idioot en een snotneus is," antwoordde Fetter heel langzaam en heel koel.

„Mijnheer Fetter!" en Allanbert sloeg woedend met de vuist op tafel.

„Mijnheer Allanbert! Ik raad u dringend en in uw eigen belang aan uw houding en toon te wijzigen. Dacht u, dat ik hier zoo koel zou zitten, als ik niet volkomen zeker was van mijn zaak en ik er niet van overtuigd was, dat u niets, absoluut niets kunt vinden ten nadeele van Fetter? Waarom laat u geen accountant komen? Als er ook maar dat mankeert aan de boekhouding, dan betaal ik hem."

Angstig gespannen keken de menschen van Fetter naar Allanbert en terug. Vooral Helmer begon onrustig te worden. Voor hem was deze gang van zaken blijkbaar een hoogst onaangename verrassing. In plaats van een geslagen was dit een sterker Fetter dan hij ooit gekend had. En Allanbert bond in. Hij had heel even in de staalgrijze oogen van Fetter gekeken en was daar zichtbaar van geschrokken.

„Maakt u zich niet driftig, mijnheer Fetter. Ik ben volkomen overtuigd van uw goeden wil. Jammer genoeg echter zijn er verschillende kwesties, die om opheldering vragen."

Het wegslaan van de brug zou aan moedwilligheid van het volk te wijten zijn geweest als gevolg van het gebrek aan tact van Fetter in zijn omgang met hen. Verder was hij niet alleen niet naar de brug wezen kijken, maar hij had zelfs plezier gehad, toen hem verteld werd, dat de brug weg was. Nu waren er tot Fetter ook verschillende verhalen doorgedrongen, dat het kamponghoofd van Aek Haroem met een opzettelijk bedriegelijke waarschuwing Betterman en zijn menschen van de brug af had gekregen, waardoor zich in korten tijd zooveel hout onder en tegen de brug zou hebben opgestapeld, dat deze gelicht en meegesleurd was. Naar aanleiding daarvan was een onderzoek ingesteld door het bestuur, waarbij gebleken was,