is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een paar honderd, misschien een paar duizend menschen of mogelijk slechts enkele tientallen, aandeelhouders, hebben geld, bijeengebracht en uit hun midden iemand aangesteld om dat geld te beheeren, zoo, dat het zooveel mogelijk rente opbrengt. Hier hebben wij direct al iets vreemds: dat het geven van geld in dezen recht geeft op rente, op inkomen, zonder andere tegenprestatie dan het aanvaarden van het risico, dat de aangestelde beheerder of directie het geld verknoeit.

Die directie adviseert tot het openen van een onderneming en de aandeelhouders gaan daarmee accoord bij monde van enkelen. Het overgroote gedeelte interesseert er zich niet in het minst voor wat er met hun geld gebeurt, waarmee zij eigenlijk het recht op rente zouden moeten verspelen, wat in de praktijk intusschen niet het geval is.

Dan neemt de directie, die in een mooi kantoor zit ergens in een groote stad vol leven en vertier, waarin zij voldoende afleiding kan vinden voor haar hooge en moeilijke taak, iemand aan, die dat karweitje, het openen van die onderneming, voor haar opknapt. Zij geeft hem zooveel salaris per maand als de arbeidsmarkt noodzakelijk maakt en eischt daarvoor alles wat hij heeft: zijn werkkracht, strikte eerlijkheid, opoffering van elk persoonlijk belang, al zijn kennis, toewijding, liefde en vlijt, zijn gezondheid en desnoods zijn leven. Hij aanvaardt, ten eerste afgaande op beloften en een mooie schriftelijke overeenkomst, ten tweede om te kunnen voldoen aan zijn scheppingsdrang, ten derde om een zekerheid voor de toekomst te verwerven. En hij gaat aan het werk.

Van dit alles weten de aandeelhouders niets af, behalve dat de directie bezig is een goudmijntje te maken, waaruit over zes a zeven jaren de rente hun zal komen toevloeien.

De man trekt het bosch en de eenzaamheid in, vecht met de onwillige en wreede natuur, de hebzucht van tallooze menschen, met ziekte, vermoeienis, eenzaamheid, eigen domheid en tekortkomingen, met tegenslag, hopeloosheid en... schept. Hij neemt medewerkers aan en geeft hun ieder een deel van zijn steeds groeiende taak, maar moet nu ook pal staan voor het wel en wee van die kameraden.