is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En wat ik daareven een bevrijding noemde, is dit: de wetten, de normen, de axioma's, waaraan de groote massa gehoorzaamt, passen bij de mate van bewustzijn, bij den graad van geestelijke ontwikkeling van die massa. Nietwaar, de wetten, waaraan een negerstam gehoorzaamt, zijn volgens onzen maatstaf onmenschelijk, voor hen echter precies van pas. Zij zouden zich onder onze wetten diep ongelukkig voelen en tot allerlei dwaasheden komen. Omgekeerd, als een van ons onder die negers zou moeten leven, dan zou hij zich bekneld voelen, zoodat hij een uitstooting uit die maatschappij als een bevrijding zou ondergaan."

In zijn haastig, driftig zoeken naar woorden om zijn telkens wegijlende gedachten vast te leggen, lette Fetter ternauwernood op de vrouw, die naast hem liep. Het was, alsof zij kleiner was geworden en met stijgenden angst zich trachtte te verweren tegen dien stortvloed van gedachten, dien zij maar gedeeltelijk begreep, maar waaronder zij iets vermoedde, voelde aankomen, waarvoor zij wilde vluchten en waardoor zij toch tegelijkertijd werd aangetrokken. Of waren het niet zoozeer de gedachten als wel de mensch, die haar, in zijn emotie, beangstigde en bekoorde? Het eene oogenblik liep hij met lange stappen, als wilde hij zijn vervluchtigende gedachten achterna en moest zij hard loopen om hem bij te houden, dan weer bleef hij staan, druk gesticuleerend, zoodat de enkele voorbijganger nieuwsgierig nog eens omkeek naar dat vreemde paar.

„Wel, als iemand in zijn bewustwording nu zoover gegroeid is, dat hij dat, wat normaal is en wat hijzelf ook eens als juist heeft gezien, als leehjk, onmenschelijk, als leugen gaat aanvoelen, dan doet en zegt hij dingen, die de massa niet begrijpen kan en dus dwaas noemt, naïef, gevaarlijk of slecht. Zoo iemand wordt uitgestooten. Is hij eens gelukkig geweest in die maatschappij, dan wil hij er in terug, zooals zooveel menschen terug willen naar een gelukkige jeugd, terwijl zij vergeten, dat den anderen kant uit de weg ligt naar een ander en grootscher geluk. Blijft hun geest gericht op die jeugd, dan worden zij idioot. Beseffen zij niet terug te kunnen, maar houdt de herinnering aan dat verloren geluk hen zoo vast, dat zij den anderen